NACHTGEBED - Pierre Kemp
De zachte lucht hangt rond mijn oren
en in haar hangt de zonneschijn.
Ik kan de dingen nu weer horen,
zoals God wil dat ze zijn.
Ik wacht maar tot ik kan luisteren,
dat kan ik beter bij de maan
of als alle dingen verduisteren
om voor de nachtlucht dicht te gaan.
Dan voel ik mijn handen veranderen
tot een breed opgezet
met de vingers aan elkanderen
voltrokken nachtgebed.
(uit: Een bloemlezing uit zijn kleine liederen, Amsterdam 1993)
