Vrijzinnige geloofsgemeenschap Afdeling Ooost - Twente
Vrijzinnige geloofsgemeenschap Afdeling Ooost - Twente
Welkom
Wie zijn wij
Johanneskerk
Kerkdiensten
Inspiratie
Activiteiten
Contact
Links
Zoeken

Gedicht februari 2012
SCHRIKKELJAAR 2012 - Dichter: Laantje (pseudoniem)

Schrikkeljaar 2012
de eerste dag van ’t nieuwe jaar
uit schoorsteenpijp
kringelt traag wat rook
een zwarte kraai krijst
de dag vleugellam daalt
neer op schampere kale tak
kerkklok verklankt wijzer dan
de tijd nu dag traag
eensluidend saai verglijdt
moeizaam druppellekkend komt dag op gang
alsof het jaar er belang bij heeft
een dagtal strofes op te rekken


Gedicht januari 2012
NACHTGEBED - Pierre Kemp

De zachte lucht hangt rond mijn oren
en in haar hangt de zonneschijn.
Ik kan de dingen nu weer horen,
zoals God wil dat ze zijn.
Ik wacht maar tot ik kan luisteren,
dat kan ik beter bij de maan
of als alle dingen verduisteren
om voor de nachtlucht dicht te gaan.
Dan voel ik mijn handen veranderen
tot een breed opgezet
met de vingers aan elkanderen
voltrokken nachtgebed.

(uit: Een bloemlezing uit zijn kleine liederen, Amsterdam 1993)


Gedicht december 2011
NAAR DE WINTER - Ida Gerhardt

De waterkant wordt ruig verweerd,
het rietland goud en roest van dracht;
vandaag heb ik mijn boot gemeerd
bij 't huis dat naar de winter wacht.

Van zwerfse tochten teruggekeerd
draag ik in mij nog al de pracht
der dagen, die thans ongedeerd
over de drempel wordt gebracht.

Laat hier de winter en zijn macht
mij vinden, op het werk gekeerd,
in stilte, overrijk bevracht,
het nutteloze afgeweerd.

(uit: Verzamelde gedichten 1992)

Gedicht november 2011
KLAAGLIEDJE VI - Judith Herzberg

Een huis hoort te zingen
maar ons huis zwijgt.
De ramen hangen scheef
in de gerimpelde kozijnen,
ze zijn beslagen, éen veeg
en je ziet weer even
wat zien had kunnen zijn.
De deuren klemmen,
kieren, de klink
is al gesmolten, of verijst
en als ik in- of uitga
klaagt, kreunt het hout
zoals een vastgebonden dier
dat nauwte niet meer uithoudt.

uit “Klaagliedjes”, De Harmonie, 2011

Gedicht oktober 2011
LOOFHUT - Willem Wilmink

Ga nou maar met spullen sjouwen,
ga maar takken dragen:
wij gaan in een loofhut wonen
zeven mooie dagen.
'K wou maar dat de loofhut klaar was
en dat vader weer vertelde
van de uittocht uit Egypte,
het zwerven door de velden.

Als wij in de loofhut zitten,
dan gaan de gedachten
naar die hutten, waar ze vroeger
moesten overnachten.
In de loofhut eet je lekker
om daarna wat weg te dromen
tot je door het dak van takken
sterren op ziet komen.

Gedicht september 2011
Deze maand tien jaar geleden vlogen, op 11 september 2001
de vliegtuigen de torens in, in New York.
Vandaar dit gedicht dat Leo Vroman erover schreef:

EEN PSALM VOOR HET SMELTEN – Leo Vroman

Nu ik weet dat ijs-hoge
torens die het menselijk woelen
in al die kantoren
van bazen en bazinnen
liefde en onvermogen
van binnen niet voelen of horen,
dat die kunnen smelten
in luttele seconden
de pratenden omzetten
in pruttelend vlees
en de haatvolle hitte
die hele lieve bevolking
om kan zetten tot een
dikke witte wolk
die na dagen zout en zacht
vredig neerzinkt als een grijze vacht
zodat de nu overtollige
tafels en stoelen, kopjes en borden
binnen verre huizen
mollige wezentjes worden,
en ver buiten de stad
op het gras, het verlaten speelgoed,
het poeder blijft praten
over wie het zopas nog,
al pratende, was,
nu ik dat weet, Systeem,
nu weet ik niets meer.

Gedicht augustus 2011
TRINITEIT - Gerrit Achterberg

God scherpt zijn wet op deze steen,
die mijn bestaan geworden is.
Maar Jezus Christus geeft ons vis
en droogt de tranen van geween.
Heeft een van beide zich vergist?
Wij zijn een duister phenomeen
zoolang niet in ons leven rijst
het licht van den heiligen geest.

Gedicht juli 2011
UIT DE ZOEKTOCHT VAN LEREN LEVEN - Remco Campert

Al ben ik eeuwig bezig met

beginnen en opnieuw beginnen

al houdt het vruchtvlees nooit op groen te zijn

al blijft mijn linkervoet zoekend

zweven in de lucht

en grijpen mijn handen nooit voorgoed


liever dat dan trots en beurs te zijn

of steeds hetzelfde spoor

van de voet die niet meer groeien wil

of spierkrampen in de handen

die naar niets anders staan

Gedicht juni 2011
LOF VAN HET ONKRUID - Ida Gerhardt

Godlof dat onkruid niet vergaat.
Het nestelt zich in spleet en steen,
breekt door beton en asfalt heen,
bevolkt de voegen van de straat.

Achter de stoomwals valt weer zaad:
de bereklauw grijpt om zich heen.
En waar een bom zijn trechter slaat
is straks de distel algemeen.

Als hebzucht alles heeft geslecht
straalt het klein hoefblad op de vaalt
en wordt door brandnetels vertaald:

gij die millioenen hebt ontrecht:
zij komen – uw berekening faalt.
Het onkruid wint het laatst gevecht.

Gedicht mei 2011
THOMAS - Elisabeth Eybers

Een van die twaalf, die twyfelaar Didimus,
van niks as nog 'n ontgogeling bewus,
het hom oor vijf verwondinge gebuig
en met 'n sku voorvinger self oortuig.
Hy mompel: help my, iemand, om my oë
wat hom sien hang het, lewensgroot, te glo.


( uit: Versamelde gedigte, uitg.Querido)
Gedicht april 2011
HET ZWIJGEN VAN DE PLANTEN – Wislawa Szymborska

De eenzijdige betrekkingen tussen jullie en mij
ontwikkelen zich lang niet slecht.

Ik weet wat een bloem, blad, aar, eikel, steel is,
en wat er met jullie in april gebeurt, wat in december.

Hoewel mijn nieuwsgierigheid onbeantwoord blijft,
buig ik me speciaal over sommige van jullie
en leg voor andere het hoofd in de nek.

Bij mij hebben jullie namen:
klis, kleefkruid, drieblad,
heide, jeneverbes, maretak, vergeet-mij-niet,
maar ik heet voor jullie niets.

Onze reis is gemeenschappelijk.
Als je samen reist, praat je toch met elkaar,
wisselt opmerkingen uit, desnoods maar over het weer
of over de stations die onderweg voorbijschieten.

Onderwerpen te over, want er is veel dat ons verbindt.
Dezelfde ster houdt ons binnen zijn bereik.
We werpen met evenveel recht elk onze eigen schaduw.
We proberen iets te weten, ieder op zijn manier,
en wat we niet weten, lijkt ook op elkaar.

Ik leg het uit zo goed ik kan, vraag alsjeblieft:
wat het betekent iets met ogen te bekijken,
waarom in mij een hart klopt
en waarom mijn lichaam niet geworteld is.

Maar hoe kan ik antwoorden op ongestelde vragen
als ik daarbij ook iemand ben
die voor jullie zozeer niemand is?

Struikgewas, jong bos, weiden, rietland –
en alles wat ik jullie zeg is een monoloog,
en wie er ook luistert – jullie niet.

Met jullie praten is noodzakelijk en onmogelijk.
Is dringend nodig in ons haastige leven
en wordt uitgesteld tot nooit.


Gedicht maart 2011
ONDERZEEËR - Geert de Kockere

Wie verbeelding heeft,
heeft alles
wat hij hebben moet.

Om van vissen
onderzeeërs te maken.
En van zeepaardjes
flatgebouwen.

Appartementjes met zicht in zee.
.

Uit: Huisdieren, De Eenhoorn 2000

Gedicht februari 2011
OLIJFTAK - Jaap Zijlstra

Het is niet genoeg
dat je zegt
ik geloof.

Er is een stroom van woorden
een vloed van gevoelens
een stortregen gedachten.

Het is niet genoeg
dat je zegt
ik hoop.

Er is een ruim
met hyena's van haat,
jakhalzen jaloezie;
een vooronder
met tijgers van begeerte,
leeuwen van heerszucht.

Het is niet genoeg
dat je zegt
ik heb lief.

Waar is de flank
van het gebergte,
de strelende hand
van de zon,
de wijn die rijpt
tot gloed?

Het gedicht is een ark
en verwondering
steekt de kop
uit een oogluikend venster,
reikhalzend als een giraffe.

Al krijgt een duif
geen poot aan de grond
en zweeft de dood als een raaf
over zwartgallig water,
éen enkele olijftak
zegt genoeg.

En wie er zich bedrinkt
aan druivenbloed
en naakt de roes uitslaapt
op zoveel grond
na zoveel water

wie zou hem dat verwijten,
zoveel kleiner,
zoveel bleker,
zoveel later?

Er is een stroom van woorden,
maar ik geloof,
een vloed van gevoelens,
maar ik hoop,
een stortregen gedachten,
maar ik heb lief.

Eén enkele olijftak
zegt mij meer
dan water, water, water.

Gedicht januari 2011
WINTERBOS - J.W. Schulte Nordholt

God laat de mensen niet meer los.
Hij houdt ze vast van eeuw tot eeuw.
Het is als in een winterbos
de zwarte stammen van de sneeuw
als tekens van Gods grote trouw:
het duister heeft een witte grond
en in het land van leed en rouw
glanst het geheim van Gods verbond.
Want alles wat God ooit begon
dat rondt hij af als een gedicht.
Kijk, in de donkre horizon
achter de bomen wordt het licht.

Gedicht december 2010
ADVENT - Gabriel Smit

De aarde maakt zich langzaam
aandachtig klaar voor uw aankomst,
schikt de velden, het licht van de maand,
en nevel waar straks de engel stort
naar de herders. Ik denk: in de weide aan
de overkant. Vanmiddag al stond
het paard er doodstil gebogen naar
de grote donkere ogen van de grond.
Steeds weerlozer gaan die nu open, -
dieper de oorsprong die Gij ontsluit
waar Gij in het uwe Uzelf wordt,
bijna een ik, haast uit Uzelf geboren,
een woord, maar nog niet in ons uit-
gesproken, nog een grens van adem tekort.

uit: Variaties van liefde, 1966

Gedicht november 2010
ZEG DAT DE ZIEL – J.W. Schulte Nordholt

Zeg dat de ziel een zaad is in het lijf,
een vruchtbeginsel binnen in het vlees.
O woord dat ik ontcijferende lees
en in het heiligste geheimschrift schrijf.

O vreemde vrees en diepe zekerheid
o vuur dat over mensen is verdeeld,
omdat zij zijn geschapen naar Gods beeld,
o dageraad in 't donker toebereid.
Als er een eind komt aan de duisternis,
een gouden ster tussen de sterren gloeit
die alles overstraalt met eeuwigheid,

dan staat een engel in mij op en spreidt
zijn vleugels uit zoals een witte bloei
breekt uit een boom wanneer het lente is.

Uit: "Het weefsel Gods"


Gedicht oktober 2010
OKTOBERKIND - Liselore Gerritsen

Oktobermaand, geboortemaand
Je vruchten zijn geoogst
De zoete wijn is in het vat
Het hout gekloofd
Dat is waarom een oktoberkind van kinds af aan voldaan is
Omdat voor haar gevoel het werk gedaan is

Oktoberzon, geboortezon
De zon die ik verdien
Want of hij op- of ondergaat
Is niet te zien
Dat is waarom een oktoberkind net als oktoberbomen
De hele dag het liefste zit te dromen

Oktoberstorm, geboortestorm
Je hebt mijn bed gespreid
Je joeg de wolken uit elkaar
En net op tijd
Heb jij de bomen zo geschud dat zij hun blad verloren
En in dat gouden bed ben ik geboren

Oktoberdag, geboortedag
Als ik geweten had
Dat ik nooit meer zo goed slapen zou
Als in dat bed van blad
Was ik vanaf die eerste dag m'n hele lange leven
Met een glas rooie wijn in bed gebleven

Oktoberkind, oktoberkind
Opdat jij niet vergaat
De allerlaatste zoete braam
Is de eerste die jij eet
Een laatste warme zonnestraal verwarmt jouw eerste dag
En een laatste zwaluw die vertrekt is de eerste die jij zag
Dat is waarom een oktoberkind niet gelooft in laatste dingen
't Zal een herfstdag als een lentedag bezingen

Gedicht september 2010
HERFSTNOTITIES IV - Gabriel Smit

Soms zie ik het najaar als afscheid,
soms zie ik het als begin:
einde van zonlicht en leven,
oorsprong van sterven en nacht.

Maar als ik, tot rust gekomen,
mij klaarder vooroverbuig
naar de lichtkern van alle dingen
weet ik: het is niet waar.

Het is geen begin en geen einde,
geboorte niet, sterven niet,
het is een daartussen zweven
in glans die nog niet bestaat.

Het is tussen gaan en komen
een aanvang van evenwicht:
geboorte en dood houden bevend
hun dwingende hartslag in

en laten een ruimte open
die trilt tussen tijd en tijd:
de haat tussen leven en sterven
is de liefde der eeuwigheid.

Verzamelde Gedichten, 1969


Gedicht augustus 2010
VERGETENDE HERINNERING - Maurice Blanchot (vert. Frank Vande Veire)

De herinnering is de muze.

Degene die zingt doet dit

vanuit de herinnering

en verleent anderen het

vermogen zich te

herinneren.

De herinnering, toppunt

van afgrond.

De dichter spreekt alsof hij

zich herinnert, maar als hij

zich herinnert

dan is dat door het

vergeten.


Gedicht juli 2010
DUIF EN SPERWER - Jacques Perk

"Mijn God"- zoo sprak de duif - "is innig zacht,
Heeft donzen wieken, en bemint ons allen;
Almachtig, heerscht hij over duizend-tallen,
En houdt op ieglijk duifje trouwe wacht".

De sperwer sprak: "Mijn God heeft vlucht en kracht,
En kan op eens uit hooger luchten vallen,
En die Volmaakte laat een juich-kreet schallen,
Wanneer zijn schoone neb een doffer slacht."

Zoo keven zij; de een riep: "Gij lastert God" -
En de ander: "Gij zijt dom"- "Gij wilt mij krenken"-
- Godloochenaar!" - Gij drijft met God den spot!"

Een uil, vol wijsheid, zag ik stille wenken;
Die sprak: "Verdraagt elkaar, en weest niet zot,
Daar wij ons, állen, God met vleugels denken."

(uit Gedichten, 1910)
Gedicht juni 2010
DE SPIEGEL - Toon Tellegen

Er hing een spiegel boven het water.
De zwemmer keek omhoog
en zag zichzelf daar zwemmen in het glinsterende water,
hij zag hoe kalm hij zich bewoog.
De lucht was blauw
en de spiegel zweefde allengs naar de verte, weerkaatste
nog een waterlelie
en verdween.
De zwemmer zwom ontroostbaar verder,
zo zonder spiegel zwom hij nergens heen.

Gedicht mei 2010
MEI - Leo Vroman

Op een zondagmiddag in mei,
toen de dotterbloemen bloeiden,
stond ik daar, tussen het riet.
Een waterhoen zag me wel
maar vluchtte niet
of niet best
voor die magere knaap
met de schoenen zwaar van klei,
het visnet zwaar van waterpest,
de oogleden zwaar van slaap.

En zoveel jaren later
(de wind hield je halflange
haren weggelicht
van je lichtbruine wangen,
ik zag je hele gezicht!)
toen zei ik : ‘zal ik ze vasthouden
die dotterbloemen?’
Maar je hals deed je hoofd neenee
gaan, ‘ik neem die zelf mee’
je lippen bespraken de wind
als een dwarsfluit naar mij toe,
zachte woorden met waaigeluid.
Mei ’39 was dat.
Ik heb dit op tafel gelegd.
Straks lees je het en zegt:
‘38’.

Gedicht april 2010
APRIL - Leo Vroman

Dit wordt misschien het vreselijk jaar
waarin de wrede grond het gras
voorgoed zal overwinnen:
in de velden is de aarde pas
half onzichtbaar
en laat nog binnen
het groene waas de kluiten zien.
Door veel te harde en schaarse
gaatjes worden de dan ook paarse
krokussen naar buiten gewurgd.

Gedicht februari 2010
SOMS, EEN ENKELE KEER - Toon Tellegen

Soms, een enkele keer,
met heel veel moeite en voornamelijk toevallig,
lukt het iemand
om met beide armen zijn verdriet te omvatten.
Hij tilt het op.
Laat de deur niet op slot zijn, nu...
Hij duwt hem open met zijn knie
en loopt met grote breedsporige passen naar buiten.
Kijk uit! roept hij
want het verdriet is zo groot dat hij er niet overheen kan kijken,
en doorzichtig is het nooit.
Ver weg, in een sloot of op een drassige plek
onder populieren
of achter een scheve schutting tussen oude autobanden,
speelgoed, resten van vuur,
gooit hij het neer
en fluitend loopt hij terug naar huis.


Gedicht januari 2010
LIJSTERBESSEN - Rutger Kopland

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel




Gedicht december 2009
KLEIN MAGNIFICAT - Jan van Opbergen

Grote goedheid, God ben jij
midden onder mensen,
want je maakt de armen vrij
en vervult hun wensen

Langzaam, zeker, komt jouw tijd:
alle wegen omgeleid.
Wie vooraan wou staan
zal dan achtergaan
en voortaan, opgestaan,
zal de arme leven
en de toon aangeven.

Groot zal zijn het klein verhaal
van de allerminsten.
Dood zal zijn de koopmanstaal
van profijt en winsten.
Langzaam, zeker........

Stap voor stap en voet bij stuk
zul jij verder komen,
tot de aarde met geluk
vol begint te stromen.

Langzaam, zeker,......

Gedicht november 2009
STIL - Rien van de Berg

Wie heeft de herfst bedacht dat wij die dood
met zoveel uitzicht kunnen vieren? Lucht-
spiegellicht, sterfbladenbruin, doodwatergoud?

Wie schakelt water in, wie laat het profeteren
van een begaanbaarbeid die niemand had
verwacht, wacht maar, word stil, want straks......

Wie biedt dit perspectief? Zeg mij zijn naam,
vertel mij waar hij woont. Dan breng ik hem
als ik vanavond bij hem thuiskom, dank.

Gedicht oktober 2009
DE BOOM - G. Lambert

De boom staat scheef
de wortels staan
al in het water.
En langzaam stroomt
een beetje leven mee.

De boom is kaal
ik zie de naakte takken.
En op een ochtend zit
een specht er gaten in te hakken.

De boom is oud
en mettertijd heb ik hem zeer lief gekregen.

Gedicht september 2009
HIERNAMAALS - Judith Herzbergh

Als ik, nadat ik dood ben, nog

ergens rond mag dolen, laat het dan

op de markt zijn, in geur en kleur.

En mag die markt dan open zijn

onder de blote hemel. En mag ik dan

als vroeger met mijn moeder

zo'n puntzak gloeiend hete frites

(met veel zout uit zo'n gebutste

strooibus) met haar delen.

(Uit: Het Vrolijkt, de Harmonie, 2008, dit gedicht werd geschreven ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Albert Cuypmarkt (2005) te Amsterdam

Gedicht augustus 2009
WIT - J.C. van Schagen

Als ik van U moet spreken,
doe ik alle mooie woorden weg
ik wil maar liever weinig zeggen
ik wil maar liever enkele kale woorden zeggen
wat arme kale stenen, dat is mijn verhaal
mooie woorden denken alleen maar aan zichzelf,
ze weten van dienen niet
de goede woorden zijn arm en naakt als Franciscus
ze zijn trouw enkele goede woorden, dat is genoeg
want er mag niets komen tussen u en mij
eigenlijk wil ik liever met U zwijgen.

Gedicht juli 2009
VLUCHT VAN DE VOGEL - Bert Schierbeek

door te vliegen

houden vogels

net als dichters

het raadsel in stand


Gedicht juni 2009
OCHTEND - M. Vasalis

Zo kalm als op een vlot van helderheid
en rust, gelegen op mijn rug, dreef ik de ochtend in,
het ochtendlicht, land, lucht en water waren één,
en zonder dat er van hun eigenheid maar iets verloren ging.

Gedicht mei 2009
KOM NIET MET DE HELE WAARHEID - Olav H. Hauge

Kom niet met de hele waarheid,

kom niet met de zee voor mijn dorst

kom niet met de hemel als ik om licht vraag,

maar kom met een glimp, met dauw, met een flinter,

zoals vogels druppels meedragen van hun bad

en de wind een korrel zout.

(vert. B. Kraamer)

Gedicht april 2009
DE OUDE DROOM - Paul van Vliet

Er was eens een droom en die droom leek vervlogen
En hij scharrelde eenzaam en oud door de stad
Door vrienden van vroeger verloochend bedrogen
Een karikatuur die zijn tijd had gehad
En die stokoude droom ging langs deuren van huizen
Waar ooit hij het stralende middelpunt was
Geliefd en aanbeden, een held in 't verleden
Met een kroon op zijn hoofd en met vleugels van glas

En hij nam ons mee, langs wegen van liefde
Naar hoog in de bergen, naar toppen van kracht
En het uitzicht daarboven was niet te geloven
Zo mooi en zo ver en nog nooit zo bedacht
Maar die stokoude droom zwerft nu door de straten
Verhongerd, vermagerd, verarmd en half blind
Niemand heeft tijd om wat met hem te praten
Alleen af en toe nog een gek of een kind

Dus als je hem tegen komt een dezer dagen
Haal hem in huis, probeer het een keer
Geef hem een stoel en dan moet je hem vragen
h� ouwe droom, hoe zat het ook weer
dat jij ons meenam langs wegen van liefde
tot hoog in de bergen, naar toppen van kracht
de wereld hervormen, de hemel bestormen
met nieuwe idee�n, nog niet eerder bedacht

want die stokoude droom heeft nog heel veel te geven
hij heeft een geheim en dat zijn wij soms kwijt
maar hij zal ons ook allemaal overleven
hij is zo oud als de wereld, maar zo jong als de tijd
maar je moet hem beschermen, je moet hem verzorgen
je moet hem koesteren onder de zon
je moet hem vertrouwen, en vandaag al of morgen
weet je het weer waar het ooit om begon

dan neemt hij je mee weer langs wegen van liefde
tot hoog in de bergen, naar toppen van kracht
en daar zal dan blijken dat je verder kunt kijken
en hoger kunt reiken dan je ooit had gedacht

Gedicht maart 2009
TULPEN - Herman Gorter

En midden op de glooiing lag in 't licht
een vierkant veld met bloemen, opgericht
van bekervorm. Ze maakten met elkaar
een tafel, klaar voor 't drinkgelag, en waar
de gasten nog niet aanzitten. Vol wijn
staan al de kelken, dungesteeld en fijn
geslepen. Tulpen waren 't, rood en geel.
Rondom, de hyacinthen forsch van steel,
de sombre bloemen donkerblauw getrost.

Fragment uit "Mei"


Terug naar Inspiratie / Gedichten